fan ta´sie
de fantasie (vrouwelijk); de fantasieën
1 - <geen meervoud> verbeeldingskracht
voorbeeld
+ telwoord of lidwoord
weinig fantasie hebben
2 - <geen meervoud> verbeelding
voorbeeld
+ voorzetsel
dat bestaat alleen in je fantasie
3 - product van de verbeelding
voorbeeld
+ voorzetsel
de uitvinder was verdiept in zijn fantasieën
4 - <muziek> compositie waarin bestaande thema's
vol
bijvoeglijk naamwoord;
afleiding: volheid
1 - geheel gevuld, zodat er niets meer bij kan
voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
het blad is vol geschreven
ergens zijn buik van vol hebben
er niets meer mee te maken willen hebben
een vol glas
het hoofd vol hebben
aan veel dingen tegelijk denken
met een volle mond praten
ergens de mond vol van hebben
<figuurlijk> er voortdurend over spreken
met de mond vol tanden staan
geen antwoord weten te geven
een volle zaal
+ bijvoeglijk naamwoord
vol en zat
geheel verzadigd
+ werkwoord
de hele stad is er vol van
iedereen spreekt ervan
iets vol maken, stoppen
haar gemoed schoot vol
zij werd door aandoening overstelpt
de kranten staan er vol van
het was er vol
er waren veel mensen
+ voorzetsel
de kamer staat vol met, van rook
vol van iets zijn
er in gedachten voortdurend mee bezig zijn,
er voortdurend over spreken
samenstelling
bomvol, stampvol
2 - gevuld, bol
voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
uit volle borst zingen
luidkeels
een vol gezicht
met volle zeilen
+ bijwoord
<scheepvaart> vol en bij
niet te scherp aan de wind
3 - waaraan niets van het genoemde ontbreekt
voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
een volle betrekking
in volle bloei
volle broer
een volle dagtaak
in volle ernst
vol gas geven
hij zit vol gekheid
vol hoop
het volle licht
licht dat onbelemmerd op iets schijnt of ergens binnendringt
in het volle licht komen te staan
voor iedereen zichtbaar worden
volle maan
schijngestalte van de maan waarbij die zich
volledig in de schaduw van de aarde bevindt
\volle melk
met vetgehalte van tenminste 3%
de volle Middeleeuwen
de 11e tot en met de 13e eeuw
met volle muziek
met het volste recht, in het volste vertrouwen
bij zijn volle verstand zijn
in volle zee
ver uit de kust
+ voorzetsel
ten volle
volkomen
iemand voor vol aanzien
bekwaam achten, serieus nemen
4 - (van geluiden) met veel harmonische bijtonen en daardoor
aangenaam van timbre
5 - (van kleuren) diep, intens
6 - (van een greep) het object geheel of goed vattend
voorbeeld
+ werkwoord
iets vol aangrijpen
¶ idioom
voorbeeld
+ werkwoord
iemand vol aankijken
recht in het gezicht
|