bijvoeglijk naamwoord
voorbeeld + zelfstandig naamwoord zijn naïviteit was verfrissend
overgankelijk werkwoord; verfriste, heeft verfrist; afleiding: verfrissing
voorbeeld + voornaamwoord zich verfrissen door een bad, door een drankje
voorbeeld + zelfstandig naamwoord de lucht in een kamer verfrissen