winkelrek.nl
De spullen in je huis staan er vaak maar verward
bij.
Hun samenhang is functioneel.
Behalve in de voorraadkast (of kelder)
daar kun je orde scheppen in de chaos
door koffie bij koffie, thee bij thee en
broodbeleg bij broodbeleg te zetten.
Wie heeft er twee TV's of twee stereo's
naast elkaar in het AV-meubel staan?
´win kel
de winkel (mannelijk); de winkels
1 plaats waar handelsartikelen verkocht worden
voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
een winkel van Sinkel
een allegaartje
+ werkwoord
de winkel op orde houden
de situatie consolideren
winkels kijken
etalages
op de winkel passen
geen initiatieven ondernemen, alleen letten op wat er is
een winkel openen, hebben
een rijdende winkel
winkelwagen
+ voorzetsel
in een winkel staan
winkelbediende zijn
samenstelling
schoenenwinkel, boekwinkel, speelgoedwinkel
2 vroeger de werkplaats van een ambachtsman
voorbeeld
+ voorzetsel
er is veel werk aan de winkel
er is veel te doen
bij iemand in de winkel kijken
zijn werkwijze afkijken
¶ idioom
samenstelling
wereldwinkel, rechtswinkel
rek
zelfstandig naamwoord
I - de rek (mannelijk)
1 - rekbaarheid, veerkracht
voorbeeld
+ werkwoord
de rek is er uit
<figuurlijk> er zijn geen mogelijkheden meer over
+ voorzetsel
rek uit de longen
longemfyseem
II - het rek; de rekken
1 toestel van stangen, planken, om iets aan of over te hangen
of in op te bergen
voorbeeld
+ voorzetsel
de tijdschriften liggen in de rekken
een rek met borden
samenstelling
wijnrek, droogrek
2 - gestel van staven waaraan men gymnastische toeren verricht
III - het, de rek (mannelijk)
1 - lange tijdruimte
voorbeeld
+ bijvoeglijk naamwoord
van september tot kerst is een hele rek
|