voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
geld zoekt geld
wie eenmaal geld bezit zal er makkelijk bijkrijgen
het meisje zocht haar moeder
+ voorzetsel
zoeken in alle gaten en hoeken
naar zijn woorden (moeten) zoeken
niet weten wat te zeggen
zonder combinatiewoord
zoekt en gij zult vinden, die zoekt die vindt
met ijver en inspanning bereikt men zijn doel
voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
een baan zoeken
een goed heenkomen zoeken
zich redden uit een onaangename of gevaarlijke situatie
iemands ondergang zoeken
de ruimte zoeken
de natuur in gaan
+ voornaamwoord
ergens niets te zoeken hebben
er niets te maken hebben
+ bijwoord
ver te zoeken zijn
niet aanwezig
niet ver te zoeken
voor de hand liggend
dat is ver gezocht
heeft eigenlijk totaal niets met de kwestie van doen
+ voorzetsel
iets niet achter iemand zoeken
iemand niet tot zoiets in staat achten
achter alles iets zoeken
wantrouwig zijn
hulp zoeken bij iemand
het in iets zoeken
daarmee de juiste oplossing proberen aan te dragen
zo iemand moet je met een lantaarntje zoeken
zo iemand is moeilijk te vinden
naar gas, olie zoeken
spijkers op laag water zoeken
vitten, muggenziften